coaching in zelfsturing

Beroepscode

Home / Beroepscode

CoachHouse werkt volgens de beroepscode opgesteld door de NOBCO (Nederlandse Orde van Beroepscoaches).

Definities

  • Coach; iemand die coacht; in het bijzonder iemand die dat beroepsmatig doet.
  • Coachee; iemand die gecoacht wordt, in het bijzonder door een professionele coach.
  • Coachen; het strategisch en tactisch aanwenden van voornamelijk psychologische, spirituele, en communicatieve vaardigheden en technieken, teneinde een individu of groep op eigen kracht bepaalde, zelfgekozen doelen te laten bereiken.
  • Coaching; het proces van coachen en gecoacht worden op basis van een overeenkomst.
  • Opdrachtgever; de persoon of organisatie welke opdracht heeft gegeven voor coaching.

NB. In de tekst wordt, daar waar het woord ‘hij’ wordt gebruikt, zowel hij als zij bedoeld.

Uitgangspunten

De NOBCO gaat er van uit dat:

  1. de coachee uiteindelijk zelf het beste weet wat goed voor hem is en zowel in zijn privé – als in zijn professioneel bestaan zelf, op basis van eigen afwegingen, kan beslissen wat hij wél of niet wil. Dientengevolge is de coachee ook zelf verantwoordelijk voor de keuzen die hij maakt, en is hij in persoon aanspreekbaar op zijn gedrag.
  2. de coachee en de coach elkaar volkomen gelijkwaardig zijn, in die zin dat beiden unieke en complete mensen zijn, vol mogelijkheden.
  3. tijdens coaching de doelen, middelen en keuzen van de coachee prioriteit hebben boven die van de coach.

Dit document telt vier paragrafen:

  1. Respect
  2. Integriteit
  3. Verantwoordelijkheid
  4. Professionaliteit

Ad 1 Respect

Respect duidt op het erkennen en eerbiedigen van waarden in het algemeen en iemands persoonlijke en menselijke waardigheid in het bijzonder. Een coach brengt dit tot uitdrukking door onderstaande gedragsregels na te leven:
1.1 Hij benadert en behandelt ieder mens als gelijkwaardig. Hij trekt niemandvoor, noch stelt hij iemand achter. Hij discrimineert niet op leeftijd, geslacht,ras, huidskleur, afkomst, sociale status, politieke overtuiging, burgerlijke staat,levensovertuiging of welke andere distinctie ook.
1.2 Hij erkent ieders recht om in vrijheid keuzen te maken, zich te ontwikkelen,en de eigen levensloop te bepalen.
1.3 Hij laat zijn coachee de ruimte om eigen beslissingen te nemen enveranderingen in eerder genomen beslissingen aan te brengen, rekeninghoudend met eigen normen, waarden, prioriteiten en levensovertuiging.
1.4 Hij komt op voor de belangen van de coachee, maar houdt ook rekening metde belangen van anderen, in de breedste zin des woord, en werkt niet mee aanzaken die schade kunnen berokkenen aan individuen, groepen, organisaties, demaatschappij, of andere zaken die respect verdienen.
1.5 Hij houdt rekening met het ontwikkelingsniveau, de mogelijkheden enbehoeften van de coachee (fysiek, emotioneel, intellectueel, sociaal enspiritueel), doet daar nimmer neerbuigend, onverschillig of juist bewonderendover.
1.6 Hij erkent dat hij bijzondere verantwoordelijkheid draagt inzake hetopkomen voor de rechten en menselijke waardigheid van een coachee die zich inen kwetsbare of afhankelijke positie bevindt zonder voor zichzelf op te kunnenkomen.
1.7 Een coach gaat niet alleen respectvol om met mensen – in het bijzonder decoachee – maar ook met hun gedachtegoed, hun bezittingen en hunleefomgeving. De coach is daarin een rolmodel voor de coachee.

Ad 2 Integriteit

Een coach moet niet alleen in staat zijn om in korte tijd een vertrouwensrelatieop te bouwen met een coachee, hij moet deze vertrouwensrelatie ook in standhouden. Dat lukt alleen zolang de coachee weet én aanvoelt dat de coach integeris. Maar niet alleen daarom is integriteit één van de belangrijkste competentiesdie een coach moet bezitten. De integriteit van iedere coach afzonderlijk isbelangrijk voor alle coaches in de beroepsgroep samen, daar demaatschappelijke uitstraling van één oneerlijke, onoprechte of onrechtvaardigecoach alle anderen kan schaden. Een coach toont aan integer te zijn door zoweltijdens als buiten zijn beroepsuitoefening, de volgende gedragsregels na televen:
2.1 Hij is eerlijk, betrouwbaar en oprecht. Hij zegt wat hij doet en doet wat hijzegt.
2.2 Hij laat zich niet in met praktijken die de wet overschrijden of algemeenaanvaarde regels van fatsoen te buiten gaan.
2.3 Hij gaat vertrouwelijk om met alle informatie over de coachee die hij direct,indirect of door enige andere bron heeft ontvangen, en vrijwaart de coachee vanmisbruik en ongeautoriseerd openbaar worden van data.
2.4 Hij maakt geen misbruik van situaties, omstandigheden of kennis waarin decoachee afhankelijk van hem is, noch om zichzelf of andere relaties tebevoordelen, noch om de coachee of relaties van de coachee te benadelen.

Ad 3 Verantwoordelijkheid

Een beroepscoach neemt door het aangaan van een coachingsrelatieverplichtingen op die niet alleen een zwaar beroep doen op zijnverantwoordelijkheidsgevoel, maar die ook repercussies hebben op demaatschappij in het algemeen en alle betrokkenen bij het coachingsproces in hetbijzonder. Dat hij op verantwoorde wijze coacht, bewijst een coach door zich aanvolgende gedragsregels te houden:
3.1 Hij onderkent de macht die inherent is aan zijn positie en beseft dat hijzowel bewust (door het geven van directieven) als onbewust (als rolmodel) groteinvloed uit kan oefenen op de coachee en mogelijk ook op derden. Daarom is hijbedachtzaam in zijn handelen en voorzichtig met het doen van uitspraken.
3.2 Hij bevordert het welzijn van de gemeenschap in het algemeen en vanparticipanten in het coachingsproces in het bijzonder, en veroorzaakt géén schade.
3.3 Hij kent zowel de beperkingen van zijn beroep als de grenzen van zijnpersoonlijke competenties en zorgt ervoor dat hij geen van beide overschrijdt.
3.4 Hij is zich bewust van zijn persoonlijke waardigheid en heeft inzicht in deinvloed daarvan op de uitoefening van zijn beroep als coach.
3.5 Hij aanvaardt waar nodig samenwerking met andere coaches enprofessionals, bijvoorbeeld indien in teamverband gewerkt moet worden aangrote projecten.
3.6 Hij houdt altijd de ontwikkeling en het belang van de gehele persoon van decoachee in gedachten, en zal niets ondernemen dat een onevenwichtige ofdisharmonische ontwikkeling ten gevolge kan hebben.
3.7 Hij maakt de bevrediging van eigen emotionele- en of andere behoeften nietafhankelijk van de relatie met een coachee.
3.8 Hij gaat gedurende een coachingsrelatie geen seksuele of andere intiemerelatie met een coachee aan.

Ad 4 Professionaliteit

Beroepscoaches hebben, zoals het woord al zegt, van coachen hun beroepgemaakt. Voor hen is coachen een vak, een professie. Hun klanten, met name decoachees, maar ook bijvoorbeeld bedrijven die werknemers, managers of ledenvan de raad van bestuur de mogelijkheid geven zich te laten coachen,verwachtenniet alleen dat beroepscoaches hun stiel deskundig en op hoog niveauuitoefenen, zij hebben er zelfs recht op. Een beroepscoach die professioneel tewerk gaat, doet dat onder meer door zich aan onderstaande gedragsregels tehouden:
4.1 Hij houdt zijn privé-leven en werk strikt van elkaar gescheiden en zorgter niet alleen voor dat het één geen schade lijdt door het ander, maar streefternaar het beste uit beide naar boven te halen. Hij is in dat opzicht een duidelijkrolmodel voor de coachee.
4.2 Hij neemt zichzelf regelmatig onder de loep, doet aan zelfreflectie en pastzelfanalyse toe om te na te gaan hoe en in welke richting hij zichzelf als mens énals coach zal ontwikkelen, om optimaal te kunnen blijven functioneren.
4.3 Hij houdt zich op de hoogte van ontwikkelingen, staat open voor nieuweinzichten en onderzoekt nieuwe methoden op gebied van coaching, ondermeer door lezen van (vak)literatuur, het volgen van bij- en nascholingen, hetbezoeken van symposia, het deelnemen aan intervisie bijeenkomsten, en/of hetgebruik maken van mogelijkheden van supervisie.
4.4 Hij heeft een beroepsaansprakelijkheidsverzekering of heeft op andere wijzegezorgd dat eventuele schaden waar hij als coach op kan worden aangesproken,in redelijkheid gedekt zijn.
4.5 Hij informeert de coachee en/of andere betrokkenen (bijvoorbeeld debetalende instantie) desgevraagd zonder terughoudendheid, welke opleiding, c.q.ervaring en kwalificaties hij heeft en welke methoden en stijl hij (voornamelijk)gebruikt bij coaching. Hij heeft daartoe een curriculum vitae beschikbaar datdoor hem actueel wordt gehouden.
4.6 Hij maakt onderscheid tussen een coachingsrelatie en andere relatievormen,zoals een vriendschapsrelatie en een zakenrelatie en staat niet toe dat erbelangenverstrengeling optreedt. Bij dreigende vermenging van relaties zal hij ófde coachingsrelatie beëindigen, dan wel de andere relatie opschorten.
4.7 Hij is collegiaal richting andere beroepscoaches, en is bereid mee te werkenaan voortgaande professionalisering van het beroep en het optimaliseren van hetimago.