Het probleem van veel mensen die goed functioneren is niet dat er iets misgaat.

Hun systeem blijft al jaren draaien.

Van buiten loopt alles.
De resultaten kloppen.
De verantwoordelijkheden worden gedragen.
Er wordt op hen gerekend.

Niets dat direct wijst op een probleem.
En toch gebeurt er onder de oppervlakte vaak iets anders.

Het systeem blijft actief.
Altijd alert.
Altijd een stap vooruit aan het denken.

Niet omdat er voortdurend iets misgaat.
Maar omdat hun manier van werken hen langzaam in een staat van permanente paraatheid heeft gebracht.

Beslissingen nemen.
Vooruitdenken.
Verantwoordelijkheid dragen.
Problemen oplossen voordat ze ontstaan.

En dat werkt.
Soms zelfs jarenlang.

Tot iemand op een dag merkt dat er iets subtiels veranderd is.

Niet dat het werk niet meer lukt.
Maar dat het moeilijker wordt om nog echt te voelen wat klopt.

De verbinding met hun eigen kompas wordt stiller.
Niet ineens.
Niet dramatisch.
Maar geleidelijk.

Tot iemand merkt dat hij of zij blijft functioneren, maar minder rust ervaart dan vroeger.

Op dat moment gaat coaching zelden over beter presteren.
Het gaat over iets anders.

Over het systeem weer tot rust laten komen.
Over opnieuw voelen wat richting geeft.
Over het verschil tussen blijven functioneren… en werkelijk geleid worden door wat van binnen klopt.

En vaak verandert vanaf dat punt ook de kwaliteit van leiderschap.

Rustiger.
Helderder.
Meer vanuit zichzelf.
Niet alleen vanuit een rol.
Maar vanuit iemand die weer weet waar hij of zij voor staat.

Veel mensen herkennen dit pas wanneer ze even stilvallen.

Ik ben benieuwd:
Wanneer merkte jij voor het laatst dat je systeem eigenlijk al te lang bleef draaien?

Volgende
Volgende

Je ziet spanning niet aan wat je zegt. Je ziet het aan wat je blijft uitleggen.