Het uitzicht bleef hetzelfde. Alleen hij was veranderd.

Silhouet van een persoon in pak die voor een groot raam staat en uitkijkt over gebouwen bij warm avondlicht.

Hij had alles bereikt wat hij ooit wilde.
Een groot team. Een groeiend bedrijf.
Cijfers die elk kwartaal omhoog gingen.

Maar terwijl hij praatte, zag ik iets wat de cijfers niet lieten zien.
Zijn ogen, die een paar jaar geleden nog sprankelden, waren nu leeg.
Hij was een paar jaar eerder ook bij me geweest.
Toen voor een leiderschapstraject dat hem juist had laten groeien.
Hij had er veel uitgehaald.
Hij straalde toen nog energie, ambitie en richting uit.

En nu zat hij hier weer.
Met dezelfde standvastigheid, dezelfde discipline
maar zonder glans.

“Het gaat goed,” zei hij. “Maar ik voel me… leeg.”

Ik hoor die zin vaker dan ooit.
Niet bij mensen die worstelen,
maar bij mensen die het gemaakt hebben.

Ze groeiden.
Ze wonnen.
Ze presteerden.
Tot groei zelf geen beloning meer was,
maar een verplichting geworden was.

Dat moment, wanneer groei niet meer voedt
is het moment waarop leiders meestal harder gaan werken.
Meer doelen, meer focus, meer doen.

Maar dat is precies waar het misgaat.
Want wat ooit drive was,
wordt dan overleving.

Ik heb geleerd:
je raakt niet uitgeput van te veel werk,
maar van te weinig betekenis.

Het keerpunt komt niet door nog een strategie,
maar door een andere vraag.
Niet: “Hoe groei ik verder?”
Maar: “Wat wil ik dat mijn groei voedt?”

Dat is het werk dat ik tegenwoordig het vaakst doe met leiders:
ruimte maken tussen succes en zin.
Tussen presteren en voelen.
Tussen groter worden, en dieper gaan.

𝐌𝐢𝐬𝐬𝐜𝐡𝐢𝐞𝐧 𝐢𝐬 𝐝𝐞 𝐞𝐜𝐡𝐭𝐞 𝐠𝐫𝐨𝐞𝐢
𝐝𝐢𝐞 𝐰𝐚𝐚𝐫𝐢𝐧 𝐣𝐞 𝐥𝐞𝐞𝐫𝐭 𝐬𝐭𝐢𝐥𝐬𝐭𝐚𝐚𝐧
𝐳𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫 𝐢𝐞𝐭𝐬 𝐭𝐞 𝐯𝐞𝐫𝐥𝐢𝐞𝐳𝐞𝐧.

Vorige
Vorige

Hij was op.

Volgende
Volgende

Alles loopt via jou, maar jij loopt leeg.