Als je hard overkomt als leider, komt dat niet door je grens. Het komt door de vaagheid die je toeliet vóórdat je die grens uitsprak.
We denken vaak dat we aardig zijn door een besluit te verpakken in een vraag. We maken een grens 'zachter' met eindeloze uitleg, of we wachten nog heel even af om de sfeer goed te houden.
Maar precies daar begint de spanning.
Vaagheid creëert onrust in een team. Mensen weten niet waar ze aan toe zijn en jij loopt langzaam leeg. Ik zie het ook vaak bij leiders gebeuren: de grens wordt pas gesteld als de emmer al overloopt.
Je irritatie loopt op, je wordt kortaf en uiteindelijk knal je eruit op een moment dat eigenlijk al te laat is.
En dan trek je de verkeerde conclusie: “Zie je wel, als ik grenzen stel, word ik hard.”
Dat is de denkfout.
𝐉𝐞 𝐛𝐞𝐧𝐭 𝐧𝐢𝐞𝐭 𝐡𝐚𝐫𝐝 𝐝𝐨𝐨𝐫 𝐣𝐞 𝐠𝐫𝐞𝐧𝐬.
𝐉𝐞 𝐛𝐞𝐧𝐭 𝐡𝐚𝐫𝐝 𝐝𝐨𝐨𝐫 𝐝𝐞 𝐯𝐚𝐚𝐠𝐡𝐞𝐢𝐝 𝐝𝐢𝐞 𝐞𝐫𝐚𝐚𝐧 𝐯𝐨𝐨𝐫𝐚𝐟𝐠𝐢𝐧𝐠.
Echte grenzen zijn juist heel rustig. Ze zijn simpel, kort en hebben geen verdediging nodig.
Helderheid is namelijk de hoogste vorm van vriendelijkheid.
Wil je vaker helder zijn zonder die kilte? Probeer deze eens:
1• “Dit is de koers die we varen. Heb je een ander voorstel? Dan hoor ik het graag nu, zodat we een definitieve keuze kunnen maken.”
2• “Ik begrijp je punt en ik waardeer dat je het deelt. Toch blijf ik bij mijn besluit.”
3• “Dit is wat ik wél voor je kan betekenen. Voor de rest moeten we een andere route zoeken.”
Niet streng, wel duidelijk.
En als iemand dan teleurgesteld is? Dat mag er zijn. Die teleurstelling is geen bewijs dat jij iets fout doet; het is simpelweg het geluid van een nieuwe grens die even moet landen.
𝐍𝐞𝐞 𝐢𝐬 𝐧𝐢𝐞𝐭 𝐡𝐚𝐫𝐝. 𝐕𝐚𝐚𝐠 𝐢𝐬 𝐡𝐚𝐫𝐝.