“Ik ben iemand die de boel bij elkaar houdt.”
Dat zei ze.
Maar wat ik zag, was iets anders.
Ik zag het direct aan de manier waarop ze de ruimte binnenstapte.
De glimlach iets te breed.
De knik iets te gretig.
Het meedenken begon al voordat ik mijn vraag had afgerond.
En daar wordt ze voor gewaardeerd.
Maar ik zag de kramp.
Dit was geen keuze.
Dit was een strategie.
Niet om te verbinden,
maar om wrijving te voorkomen.
Ze voelde haar grens allang.
En ging er toch overheen.
Niet omdat ik erom vroeg.
Maar omdat ze in haar hoofd al had ingevuld wat er nodig was om het soepel te houden.
• Ze zei ja terwijl ze al wist dat ze het niet ging doen
• Ze nam verantwoordelijkheid voor dingen die niet van haar waren
• Ze probeerde voor mij te denken, nog voordat ik iets had gezegd
Dat is geen leiderschap.
Dat is jezelf zo klein maken
dat je nergens meer zichtbaar bent.
En ondertussen word je de bewaker van een sfeer
die je in je eentje overeind probeert te houden.
Het zit in stoppen met invullen
wat de ander van je vindt.
En verdragen wat er gebeurt
als jij dat een keer niet doet.